Foto's

Foto's uit de tijd van 1942 tot 1945

Foto: Château de Bassines

Jammer dat ik niet ook een foto heb van het interieur van het kasteel. Dat was zeer de moeite waard. Vooral de grote salon met zijn antieke meubelen en de geschilderde portretten van de Belgische adel aan de muur. Het was allemaal een beetje versleten, maar de sfeer was er niet minder, integendeel. Naast de salon was de eetzaal en soms had meneer Cougnet iets aan ons te melden. Dan nam hij een glas en met zijn mes tikte hij daar op om stilte te vragen.

In het kasteel waren de slaapzalen voor de kleintjes en de meisjes. De jongens hadden hun slaapkamer op de eerste verdieping in een ander gebouw naast het kasteel. In dit gebouw was beneden een grote zaal voor ons huiswerk, iedere middag van 4 uur tot halfzes. Het exterieur van het kasteel was in renaissance stijl. Het is jammer dat het kasteel niet meer bestaat, het is in de zestiger jaren afgebroken.

Foto: Château de Bassines

De voorkant van het kasteel, de ingang is in het midden. Achter het kasteel is een park en daarna een groot bos met in het midden een prachtige oprijlaan. Op een dag reed een Duitse auto met militairen naar het kasteel. Ze zochten een Oostenrijkse jongen omdat hij Jood was. De jongen, George Kluger, zag ze komen en vluchtte het bos in. Daar klom hij in een hoge boom en bleef daar zitten tot de Duitsers waren vertrokken, hij heeft de oorlog overleefd.

Foto: Eugène Cougnet

„Eugène Cougnet, geboren te Ledeberg-Gent 01-08-1892, was een pedagoog en een leraar die zijn hele leven heeft gewijd, niet alleen aan jongeren maar aan iedereen in moeilijkheden die op hem een beroep deed. Dit was vooral het geval tijdens de bezetting“.

Deze zin werd geschreven door George van Lefferinge in zijn brief, gedateerd 7 januari 1982 aan Yad Vashem, voor een erkenning als Rechtvaardige onder de Volkeren.

De kostschool die meneer Cougnet leidde was eerst in het plaatsje Heide (bij Antwerpen) en had als naam „Adelaarsnest“. In 1939 werd de school overgeplaatst naar „Château de Bassines“ in Méan-en-Condroz in de Ardennen.

In mijn oorlogsverhaal is te lezen dat meneer Cougnet in Bassines kinderen, jongeren en volwassenen opnam die allen Joods waren en dat op 25 oktober 1943 de „Feldgendarmerie“ iedereen arresteerde. Meneer Cougnet werd gedeporteerd naar het concentratiekamp Gros Rosen, waar hij overleed. Op het kasteel bevonden zich bovendien nog wapens en een radiozender voor het verzet, maar die vonden de Duitsers niet, anders zou meneer Cougnet onmiddellijk zijn gefusilleerd.

Het is vooral door de herinnering aan meneer Cougnet dat ik me ben gaan interesseren voor het verleden en dat ik ben gaan proberen de oud-bewoners van Bassines op te sporen. Ik zie hem nog voor mij met zijn mooie baard, hij heeft een onvergetelijke indruk op mij gemaakt.

Hij was niet alleen een buitengewoon moedig man maar ook een uitzonderlijk goede leraar. Na mijn komst op het kasteel in 1942 sprak ik nauwelijks Frans. Hij heeft mij geroepen om me te zeggen dat ik net als de anderen de lessen moest volgen in het Frans maar bovendien zou ik privé les krijgen van een lerares. Dat was een leuk en knap jong meisje van 22 jaar, juffrouw Pollet, haar echte naam was Polski. Ik heb haar in 1994 nog teruggezien tijdens de reünie waarbij wij herinneringen hebben opgehaald. Grappig was het dat ik na mijn terugkeer bij mijn ouders in Brussel moeilijkheden had met mijn Nederlands.

Foto: Eugène Cougnet

Meneer Cougnet staand voor de ingang van het kasteel met de jongste van de vier kinderen Waedemon.

Foto: bij de Naamse Poort in Brussel in juli 1942

Deze foto is genomen in de maand juli 1942 door een straatfotograaf bij de Naamse Poort in Brussel. Ik had net een paar schoenen gekocht na aankomst in Brussel want al mijn schoenen waren nog in Amsterdam. Dit is dus mijn eerste foto in Brussel.

Foto: Klassenfoto

Deze foto is gemaakt in 1944 in mijn klas op de " Prinses Juliana School". Ik zit in het midden achter de twee meisjes. Meneer Neven staat in de hoek achteraan. In 2003 vierde de school zijn 100jarig bestaan met een reunie van oud-leerlingen waar ik ook bij was. Er waren minstens 6 Joodse oud-leerlingen die destijds na hun onderduik in Belgie naar deze school gingen.

Waarom ik op deze school kwam is een interessant verhaal. Toen ik van de kostschool in Bassines naar Brussel kwam was ik al 18 jaar, maar op mijn identiteitsbewijs was ik pas 16. Aangezien ik officieel in het bevolkingsregister was ingeschreven zag ik geen probleem om te gaan werken. Ik vond een baan als leerling bontwerker. Maar na een paar maanden kreeg ik een oproep van het arbeidsambt waar ik me moest melden. Ik werd er ontvangen door een jonge ambtenaar die me zei dat ik moest gaan werken in Duitsland voor de "Arbeitseinsatz". Hij stelde me nog enkele vragen maar plotseling vroeg hij: "Wil je wel werken in Duitsland?". Natuurlijk zei ik "nee, helemaal niet". Toen zei hij: "Je bent 16, je kan best nog naar school, dan hoef je niet te werken in Duitsland".

Thuisgekomen vertelde ik dit aan mijn ouders en de volgende dag is mijn moeder naar de Hollandse school gegaan om me te laten inschrijven voor 4e klas MULO. Meneer Neven vroeg niets, mijn zusje was al op school dus hij kende mijn moeder. Ik ben ervan overtuigd dat hij de situatie begreep.

Foto: Groep mensen in Bassines

Deze foto werd genomen in 1942, bovenaan zijn George van Liefferinge, Pouss (André) Cougnet, lager Robert Arouete, Philip Lejeune, Francois Dekker, Monsieur Cambron, Monsieur Cornille, ? , George Kluger {klom in de boom}, onderaan Jean Arouete, Pierre, Nicole en Francine Waedemon.
Robert zond mij de foto, samen met een prachtige oorlogsverhaal over zijn ervaringen.

Foto: Groep leerlingen in Bassines

Groepje leerlingen in Bassines, foto genomen in 1942. Ik was er toen nog niet. Staand v.l.n.r. Margot Cuvelier (Grunewald), Pierre de Muyter (Sammy Rubenstein), Jean Jacques Adam, Jacques Waedemon, Christine Page, Jean Jean Cougnet, ? , ? . Zittend: Pierre Waedemon, ? , Jean Arouete, Claude Grosjean, Sylvain Somers, (Suchowolski), André Arouete, en een van de broertjes Smit, en drie onbekende kleintjes. De vier kinderen Waedemon waren in Bassines omdat hun vader, een vliegenier, was vertrokken naar Engeland in mei 1940.

Photo: Groupe d'élèves a Bassines

Aan de achterkant van het kasteel was een terrein waar enkele leerlingen met hulp van een leraar een basketballveld hadden gemaakt. In een opstel hierover, dat ik voor de lerares Frans moest maken, schreef ik (in het Frans): "Hier wordt een soort boksen toegepast met een bal dat men hier basketbal noemt." en ook nog de zin: "Het doel van het spel is niet het maken van doelpunten maar het slopen van de tegenstander" Dit was natuurlijk humoristisch bedoeld, maar het was wel een feit dat de spelers erg fanatiek waren. Op de foto ziet men enkele spelers en toeschouwers aan het twisten met elkaar. Helemaal rechts staat Robert Arouete, daarna Jacqques Moreau (Szwarctburt), Jean Arouete, Philippe II (Weyckmans), iets verder Léon Tenier (Tenzer, mijn beste kameraad) Ook ziet men enkele padvinders. In de zomervacantie ontving het kasteel een groep Katholieke padvinders die er kwamen kamperen. Deze foto werd genomen na een wedstrijd tussen de leerlingen en de padvinders.

Foto: Hier ziet u mijn moeder en zus hun huis binnen gaan

Op deze foto ziet u mijn moeder en zus hun huis binnen gaan. De foto is genomen in 1944 na de bevrijding. Tijdens de bezetting had ik veel contact met de zoon van onze buren, een jongeman van mijn leeftijd. De buren waren niet op de hoogte van onze situatie maar ik denk dat zij wel iets vermoedden. We hadden een beetje dezelfde hobies en we waren vaak bij elkaar, hij bij mij, ik bij hem. Zijn naam was Daniel Dansaert.

Op 13 juli 1944 'smiddags vierde ik mijn verjaardag met een aantal vrienden en kennissen, met Daniel, Hans Meddens en nog een paar anderen. We draaiden grammofoonplaatjes en de muziek was nogal hard. Plotseling kwam Daniel heel dicht bij me staan om me te zeggen dat er aan de overkant twee mannen zag die bezig waren ons huis te observeren. Ik keek voorzichtig naar buiten en zag inderdaad de mannen. Ik maakte me zorgen maar liet niets blijken, integendeel, ik maakte een grapje en zei dat die mannen misschien mee wilde feesten.

Na de bevrijding vertelde Daniel mij iets merkwaardigs. Hij verzamelde vlinders en kevers, die hij opprikte en enkele dagen na mijn verjaardag ging hij alleen naar het bos om kevers te zoeken. Eenmaal op een eenzaam plekje aangekomen begon hij te zoeken. Plotseling werd hij benaderd door dezelfde twee mannen die hem vragen over ons begonnen te stellen. Hij was dus gevolgd vanaf zijn huis tot diep in het bos. Wat weet je van de buren? etc. etc. Daniel antwoordde dat hij niets wist maar dat hij ons aardige mensen vond, maar verder wist hij niets. Na ongeveer een kwartier van vragen vertrokken de mannen weer. Nooit zal men te weten komen wie deze mannen waren en wat ze wilden, maar ik denk wel dat het verraders waren. We hadden geluk dat de bevrijding kort daarna kwam anders hadden ze acties tegen ons ondernomen.

Trouwens geluk speelde een belangrijke rol in die tijd voor ons. Op een dag, toen mijn ouders en zuster nog in de villa in Ukkel woonden stopte er een auto voor hun deur met een Duitser en een Belg in burger. Ze stapten uit en belden aan de deur. De bewoonster, Madame Barrez, deed open en vroeg wat ze wilden. De Belgische man zei dat hij gehoord had dat in de villa Joden woonden. Madame Barrez bleef heel kalm en zei dat ze heel goed begreep waarom men dat dacht, want vroeger woonden er inderdaad Joden, maar zij waren vertrokken en omdat de villa toen leeg stond en aangezien ze gescheiden was, heeft zij de villa gehuurd voor zich zelf en haar kinderen. Nu waren er geen Joden meer in huis. Hierop dankten de man haar voor haar inlichtingen en vertrok. Gelukkig waren ze niet erg slim.

Een andere dag stond mijn vader te wachten op tramhalte in de Avenue Louise. Terwijl hij wachtte stond hij een krant te lezen. Het was op een kruispunt en een Duits militair regelde het verkeer. Die gaf een stopteken en naast mijn vader stopte een Citroen. Mijn vader, die in een flits de auto zag, herkende daarin de beruchte Jacques. Hij beheerste zich, bleef doodkalm zijn krantje lezen, maar hij merkte dat Jacques hem zat te observeren. Plots gaf de militair een teken aan het verkeer om door te rijden en de Citroen was vertrokken. Oef … Volgens mijn vader wilde Jacques net mijn vader vragen om in te stappen, maar hij was te laat.

Foto: genomen op 11 juli 1945 op de verjaardag van Hanneke Hamme

Deze foto werd genomen op 11 juli 1945, op mijn 12e verjaardag. De eerste verjaardag na de bevrijding kon ik vieren met 8 vriendinnen, die allen op de Prinses Juliana School zaten. Samen met mijn ouders gingen wij die dag naar een speeltuin (La Ferme Rouge).

Op de foto v.l.n.r.: Els Doodeheefver, Jetteke Emmering, Juultje Meddens, Elsje Niesingh, Ellen Werhaauer, Nellie Niesingh, Ik Hanneke Hamme, Pippie Stodel, Anneke Zijlstra.

Tijdens de oorlog ben ik 6 maanden in huis geweest bij de Heer en mevrouw Meddens, die mij liefdevol hebben opgenomen in de familie. Met Juultje heb ik nog altijd veel contact. Ellen Werthauer woont in de V.S. Zij heeft een ridderorde ontvangen i.v.m. haar werk voor de W.U.V.: Wet Uitkering Vervolgingsslachtoffers 1940-1945.

Nellie Niesingh is een paar jaar geleden overleden.

Pippie Stodel woont in Amsterdam, wij zijn nog steeds vriendinnen. (Tekst geschreven door Hanneke Hamme)

Foto: Ouders Meddens en Hamme

Wij, kinderen, hebben de oorlogsjaren beleefd met de zorgloosheid eigen aan onze leeftijd, hetgeen zeker niet het geval was voor onze ouders, ondanks de momenten van ontspanning samen doorgebracht, zoals op de foto in het Ter Kameren Bos bij Brussel.

Van de vier personen aan de tafel zijn twee mijn ouders, Elizabeth Meddens (links vooraan) en Theodorus Meddens (links achteraan), gekomen uit Nederland in 1938 om zich te vestigen in Brussel. Ro Koekoek en Emanuel Hamme zijn de ouders van Hanneke en Nico. De twee families voelden niet alleen sympathie voor elkaar, ze werden vrienden voor het leven. Wij hebben nog regelmatig contact met elkaar en we wonen wederzijds onze feestelijke gebeurtenissen bij.

Toen mijn moeder en mevrouw Hamme in die tijd eens de tram namen om naar de stad te gaan waren zij getuige van een razzia in die tram, hetgeen hun natuurlijk zeer angstig maakte.

Ik herinner mij dat ik aan mijn buurmeisjes vertelde dat wij een Joods meisje in huis hadden, hoewel ik had moeten beloven het geheim te houden. Mijn ouders werden echter vriendelijk gewaarschuwd, vanaf toen heb ik geleerd te zwijgen over geheimen.

Ondanks de verschrikkingen die deze oorlog met zich meebracht, zijn er hechte banden ontstaan en zijn er granen voor hoop gezaaid. (Tekst van Juul Meddens)

Foto: Hans Meddens

Dit is een foto van de oudste zoon van de familie Meddens, Hans. Hij was van mijn leeftijd en ik was goed bevriend met hem. Hij was zeer intelligent en had een enorm gevoel voor humor. Hij werd priester, ging in Rome wonen, maar na een jaar of tien is hij uitgetreden en trouwde eeen Italiaanse. Helaas kwam zij om bij een vliegtuigongeluk, maar enkele jaren later trouwde hij opnieuw met een Siciliaanse. Hij ging in wonen in Palermo tot zijn overlijden, half maart 2009. Ik had veel sympathie voor hem, ik zie deze foto bij mijn website als een eerbetoon aan hem.

Foto: de dag van onze terugkeer naar Amsterdam voor mijn ouders, mijn zus en mij

Oktober de 15e 1945, de dag van onze terugkeer naar Amsterdam voor mijn ouders, mijn zus en mij. We zijn naar België gegaan met een klein koffertje maar voor de terugkeer had mijn vader een vrachtauto gecharterd. Op de foto ziet men de vrachtauto voor ons huis op het moment dat mijn fiets wordt ingeladen. Achter de vrachtauto staan mevrouw en meneer Stodel, kennissen van voor de oorlog die we weer terugzagen in Brussel, waar zij evenals wij waren ondergedoken. We ontmoetten ze op het Nederlands consulaat te Brussel kort na de bevrijding waar we ons hebben gemeld. Wij moesten weer Nederlanders worden en ik moet zeggen, als we dat niet hadden gedaan waren we Belgen gebleven voor de rest van ons leven. Later heb ik dat betreurd.

Hun dochtertje van 12 jaar was er ook, evenals mijn zuster en die twee meisjes waren al vriendinnen in Amsterdam, waar ze in dezelfde klas zaten op school. Hun enthousiasme was geweldig en ook hun lawaai, zodanig dat een ambtenaar uit zijn bureau kwam en om stilte verzocht. Verder ziet men Madame De Wit, de mevrouw die ons drie etages had verhuurd van haar huis in de Meerstraat no. 34 bij de mooie Avenue Louise. Zijzelf woonde op de eerste etage en wij op de drie andere. Ik heb leuke herinneringen aan de tijd tussen de bevrijding en de terugkeer naar Nederland, maar het zou te ver voeren om daar nu gedetailleerd over te schrijven. Meneer Stodel reisde met ons mee naar Amsterdam, hij was een bekend antiquair en moest er voor zaken naartoe.

De terugkeer in Amsterdam was voor mij een enorme teleurstelling. Het was er triest in vergelijking met Brussel. Ik vond niemand van mijn vrienden meer terug, ik voelde me eenzaam en ongelukkig. Ik ging voor een stage naar Rotterdam, nog triester dan Amsterdam. Wat een verschil met Brussel! In de maand mei 1946 werd ik opgeroepen voor militaire dienst. Wat heb ik een spijt gehad in die tijd, dat ik niet in Brussel ben gebleven!

Foto: genomen omstreeks 1980, tijdens een "pelgrimage"

Deze foto is genomen omstreeks 1980, tijdens een "pelgrimage". Het is nu een restaurant in Gistoux, een dorpje ten zuiden van Brussel. In 1942 was het een vacantiehotel met de naam "Les Accacias". In de maand juli 1942 hebben wij er enkele weken gelogeerd in afwachting van onze reis naar Zwitserland. Dat vertrek vond niet plaats want enkele personen van de vluchtroute waren in handen gevallen van de Duitsers.

Meneer Bolle raadde ons aan om in Belgie te blijven of naar Zwitserland te gaan met een andere organisatie die hij zojuist had gevonden. We deden het laatste. Eind juli vertrokken we met een groep van een dertigtal mensen met de trein naar Lille. Een dame van de organisatie leidde ons daar naar een café. Dat café was smerig, vol met Duitse soldaten en hoertjes. De dame vroeg ons daar te wachten tot ze terugkwam met een autobus die ons naar Zwitserland zou brengen. Maar na een half uur was die dame nog niet terug en we hadden er geen vertrouwen meer in. Tegenover dit café was een ander café dat er veel netter uitzag en we besloten de straat over te steken om daarin te wachten. Vandaar zagen we een Duitse auto aan de overkant stoppen, enkele militairen stapten uit en gingen in het vieze café rondkijken. Maar even later kwamen ze weer naar buiten en vertrokken. Het was duidelijk; we waren opgelicht, maar gelukkig zonder ernstige gevolgen. Alleen moesten we de helft van de gevraagde som vooruit betalen en die waren we kwijt. We zijn teruggekeerd naar Gistoux, waar we de familie Apflebaum troffen, waarvan de vrouw mijn moeder aanraadde om de kinderen naar Château de Bassines te sturen. Dit waren een paar herinneringen van onze "vacantie" in Gistoux.

Foto: Reunie van 1994

Dit is een foto van de reunie in 1994 van de vroegere bewoners van Bassines. Ik ben in 1992 begonnen met hen terug te vinden. Eerst keek ik in het telefoonboek van Brussel onder de naam Cougnet en ik vond Andre. Ik belde hem en maakte een afspraak bij hem thuis. Helaas, hij herinnerde zich niet veel meer van Bassines en zijn bewoners. Wel wist hij dat zijn vader de Yad Vashem onderscheiding had gekregen. Via mijn neef in Tel Aviv kreeg ik een kopie van het dossier E.Cougnet. Ik vond daarin het tel.nr. van Kurt Pick in Engeland, de econoom/bakker uit Wenen. Toen ik hem belde veroorzaakte dat een enorme verbazing, hij was zeer verrast. Hij had nog steeds contact met twee onderwijzeressen en met George van Liefferinge. Dit was het begin van een sneeuwbaleffect, ik vond vrijwel iedereen met hulp vooral van de vereniging van de ondergedoken kinderen in Belgie. De reunie was een groot succes maar toch ook wel triest wegens het ontbreken van hen die het niet hebben overleefd, vooral meneer Cougnet.

Foto: genomen bij de onthulling van de gedenkplaat ter herinnering aan wijlen E. Cougnet

Deze foto is op 8 mei 1995 genomen bij de onthulling van de gedenkplaat ter herinnering aan wijlen E. Cougnet. De tekst luidt:

Ter herinnering aan
Dhr. Eugène Cougnet
Overleden door deportatie
Rechtvaardige onder de naties
Die voor gevaar voor eigen leven 40 Joodse kinderen heeft gered van Duitse uitroeiing.

De meneer rechts is de burgemeester van de gemeente (Monsieur Florent Delorme). De plaat is aangebracht aan het gedenkteken voor de doden van de twee oorlogen 1914/1918 en 1940/1945.

Deze gedenkplaat was een initiatief van de vereniging "Ondergedoken Kinderen" en de middelen werden bijeengebracht door de vroegere bewoners van de kostschool.

Foto's van Madame Lulu Wouters

Madame Lulu Wouters is een oude kennis van de familie Cougnet, zij kwam tijdens vakanties met haar moeder naar Bassines. In haar jonge jaren heeft zij wat kiekjes gemaakt in en om Bassines en die heeft ze mij nu toegestuurd. Met genoegen voeg ik ze toe aan de website.

Foto: Meneer Cougnet in zijn bureau

Meneer Cougnet in zijn bureau.

Foto: Meneer Cougnet achter zijn bureau

Meneer Cougnet achter zijn bureau.

Foto: Meneer Cougnet

Meneer Cougnet.

Foto: Meneer Cougnet

Meneer Cougnet.

Foto: Meneer Cougnet

Meneer Cougnet.

Foto: Jean-Jean de jongste zoon Cougnet

Jean-Jean de jongste zoon Cougnet, helaas verleden jaar overleden op 80 jarige leeftijd.

Foto: André, de middelste zoon Cougnet, ook wel Pouss genoemd

André, de middelste zoon Cougnet, ook wel "Pouss" genoemd, overleden in 1997. Zijn vrouw, Claudine woont in Brussel.

Foto: Pierre de oudste zoon Cougnet

Lijkt mij Pierre de oudste zoon Cougnet, thans 96 jaar.

Foto: De toegang tot Bassines

De toegang tot Bassines, de toren was tot in de wijde omtrek zichtbaar.

Foto: De Cour

De "Cour" binnenplaats van de boerderij voor Bassines.

Foto: de ruimte tussen het kasteel en de toegangspoort

Nogmaals een mooi plaatje van de ruimte tussen het kasteel en de toegangspoort.

Foto: Het kantoor

Het kantoor.

Foto: De grote salon

De grote salon, ik denk de enige foto die nog bestaat.

Foto: De bibliotheek

De bibliotheek.

Foto: de porselein kamer

Ik noemde dit de porselein kamer.